Wie kent ze niet? Paardenmeisjes...
Meisjes in de leeftijd van 9 tot een jaar of 16 die alleen maar met
paarden bezig zijn. Naast de gebruikelijke paardrijlessen en
dressuurwedstrijden, spenderen zij ieder vrij uurtje in de manege,
bij voorkeur samen met de verzorgpony of - voor de echte
geluksvogels- het eigen paard. De grote vakantie is niet compleet
zonder ponykamp en alle tijdschriften over paarden vinden gretig
aftrek.
Toen ik een jaar of twaalf was, was
ik een echt paardenmeisje. Helaas moest ik na een jaar stoppen met
paardrijden omdat het niet goed bleek te zijn voor mijn rug. Daarmee
spatte ook de droom van een eigen verzorgpony uiteen (zover als een
eigen paard durfde ik niet te dromen). Ik verloor de manege en de
paarden uit het oog, tot een maand of twee geleden.
Ik was op zoek naar een sport die ik
kon beoefenen naast het hardlopen. Ik besloot dat ik deze keer een
sport zou uitzoeken die ik echt leuk vond. Nu vind ik sporten in
beginsel niet leuk, dus dat bleek een hele opgave. Na lang wikken en
wegen en een uitgebreide zelfanalyse, wist ik wat het ging worden:
paardrijden. Blijkbaar zat dat paardenmeisje van vroeger nog steeds
in mij.
En nu ben ik dus sinds een week of
zes aan het paardrijden, met veel plezier! In mijn groepje word ik
vergezeld van zes andere enthousiaste vrouwen van middelbare
leeftijd. En wat blijkt, zij zijn ook allemaal eens een
paardenmeisje geweest.
Niet alleen het paardrijden geeft me
ontspanning. Ook de aanwezigheid van die lieve paarden met hun trouwe
ogen kunnen mij bekoren. Tijdens een avondje manege kom ik helemaal
tot rust.
Het was wel
wennen in het begin. Na mijn eerste paardrijles in jaren liep ik
letterlijk krom van de spierpijn, niet de gebruikelijke twee dagen,
maar de gehele week. Ik was zo stijf dat ik mijn ene been moest
helpen om over de andere been te slaan. Nogal vervelend, aangezien
dat de enige positie is waarbij ik lekker zit.
Gelukkig ben ik inmiddels geheel
spierpijnvrij na het paardrijden en heb ik de smaak te pakken.
Na een les of drie mochten we voor
het eerst weer eens galopperen. Het paard waar ik op reed, Coco,
galoppeerde met grote sprongen vooruit en het voelde heerlijk.
Tijdens de volgende les kon ik dus
niet wachten totdat het tijd was om te galopperen. Helaas weigerde
mijn paard om van draf in galop te gaan, hoe hard ik ook “Juh*”
riep. Ook de laatste lessen bleken al mijn inspanningen tevergeefs.
Inmiddels heb ik begrepen, dat je
door goed been- en handwerk je het paard de opdracht tot galloperen
kunt geven. Je dient je paard met je ene been een schopje richting
zijn lies te geven, terwijl je met je (andere) bovenbeen druk
uitoefent op zijn buik. Tegelijkertijd dien je de teugels wat
strakker aan te trekken.
Tijdens de afgelopen les waagde ik
een poging. Terwijl ik tijdens het draven al moeite had om met mijn
voeten in de beugels te blijven zitten, probeerde ik mijn ene been
naar achteren te tillen om het paard op de gewenste plek het schopje
te kunnen geven en met het andere been druk uit te oefenen en tijdens
dit alles ook nog mijn evenwicht te behouden. Het zag er
waarschijnlijk uit als een mislukte yoga-standje, maar dat boeide me
niet. Alles om mijn paard Lorenz tot een galopje te verleiden.
Lorenz bleek echter niet onder de indruk. Hij begon als een bezetene
te draven, maar galop, ho maar! Ik hoop dat ik de komende week weer
op Coco mag rijden, want dan ben ik van een stevig stukje galop
verzekerd.
Mijn kids gaan inmiddels elke
zaterdag richting manege voor de miniles. Ze vinden het superleuk en
zijn al lang niet meer bang voor paarden, hoe groot dan ook.
Eenmaal daar zie ik weer dezelfde
vertrouwde gezichten als tijdens mijn les. Blijkbaar is het
paardenmeisjes-syndroom iets wat je als paardenmeisje graag doorgeeft aan je kinderen.
*Kreet uit Bibi & Tina, Netflix-
paardenserie voor kinderen
Geen opmerkingen:
Een reactie posten